Onderzoek Kenniscentrum Verzekeringsgeneeskunde in 2012

print

Om wetenschappelijk onderzoek op het gebied van de verzekeringsgeneeskunde te bevorderen en meer wetenschappelijke onderbouwing aan de verzekeringsgeneeskunde te geven, is in 2005 het Kenniscentrum Verzekeringsgeneeskunde (KCVG) opgericht. Het KCVG is een initiatief van UWV, het Academisch Medisch Centrum (AMC) van de Universiteit van Amsterdam en het VU Medisch Centrum (VUmc). Sinds 2010 is ook het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) formeel partner. Er lopen binnen het KCVG tal van onderzoeksprojecten, die onder andere worden gefinancierd met subsidie van de Stichting Gak. Verzekeringsartsen kunnen promotieonderzoek doen, begeleid door senior onderzoekers.

In de komende vier jaar staat de ontwikkeling van de academische werkplaatsen centraal. Deze zijn bedoeld om enerzijds praktijkproblemen te vertalen in onderzoekbare vraagstellingen en anderzijds om beter en gerichter toepassingsmogelijkheden te vinden voor onderzoeksresultaten. Vanuit de academische werkplaatsen zullen op regionaal niveau activiteiten worden ontplooid op het gebied van innovatie, onderzoek en onderwijs in de verzekeringsgeneeskunde. Op dit moment worden per regio de academische werkplaatsen ingevuld door het KCVG samen met het verantwoordelijke districtsmanagement van UWV. Regionale spelers op het gebied van arbozorg, curatieve zorg, beroeps- en patiëntenorganisaties zullen actief worden betrokken bij de academische werkplaats.

In april 2012 heeft het KCVG intern geëvalueerd welke activiteiten en producten tot nu toe in het kader van de academisering van de verzekeringsgeneeskunde door het KCVG zijn verricht en opgeleverd. De zelfevaluatie bevat ook een toekomstvisie met een beschrijving van de ontwikkelingen in de academische werkplaatsen en het nieuwe onderzoeksprogramma van het KCVG.

In juli 2012 is het rapport van de externe visitatie van het KCVG opgeleverd voor de periode 2005-2012. Algemene conclusie van de onafhankelijke visitatiecommissie is dat het KCVG in deze zeven jaar heeft laten zien dat investeren in een qua kennisopbouw achtergebleven domein tot concrete en goede resultaten kan leiden. KCVG is actief op een maatschappelijk uiterst belangrijk onderwerp. De commissie adviseert UWV om deze investering, met inachtneming van de gemaakte opmerkingen en gegeven adviezen, te continueren. UWV zal met de programmaraad KCVG bespreken hoe de aanbevelingen en adviezen van de visitatiecommissie in de organisatie en werkwijze van het KCVG kunnen worden opgenomen.

Het nieuwe onderzoeksprogramma is in april opgesteld op basis van door stakeholders en verzekeringsartsen aangedragen onderwerpen. Het programma is afgestemd met UWV, de Nederlandse Vereniging voor Verzekeringsgeneeskunde (NVVG) en de onderzoeken van het Arbeidsdeskundig Kenniscentrum (AKC). Er zijn langlopende onderzoeksvoorstellen ontwikkeld die aansluiten bij de verzekeringsgeneeskundige competenties, zowel gericht op de claimbeoordeling als op participatie. De programmering is daarbij deels open en flexibel gehouden, waardoor de onderzoekers in staat zijn om alert in te springen op nieuwe beleids- en praktijkvragen.

Op 27 juni is Sylvia Vermeulen als eerste verzekeringsarts binnen het KCVG gepromoveerd. Haar proefschrift richt zich op een nieuw ontwikkeld participatief re-integratieprogramma voor uitzendkrachten en werklozen die twee tot acht weken verzuimen vanwege klachten aan het houding- en bewegingsapparaat. Om de kansen op terugkeer naar werk voor deze kwetsbare groep vangnetters te vergroten heeft Vermeulen de zogeheten Participatieve Werkmethode, die voor zieke werknemers reeds effectief is gebleken, aangepast op de doelgroep. De methode betrekt de vangnetters actief bij hun re-integratieproces door ze samen met een arbeidsdeskundige en een procesbegeleider van UWV een plan van aanpak te laten maken. In dat plan worden alle knelpunten en kansen voor re-integratie in kaart gebracht. Vervolgens worden oplossingen gezocht en biedt UWV, in samenwerking met uitzendbureaus en re-integratiebureaus, passende werkervaringsplekken aan. Uit het onderzoek van Vermeulen blijkt dat vangnetters die re-integreren met behulp van de Participatieve Werkmethode gemiddeld 138 dagen sneller aan het werk komen dan vangnetters die dat niet doen. Ook blijkt dat iets meer dan de helft van de vangnetters met een door UWV gesubsidieerde werkervaringsplek na afloop van de re-integratie een arbeidsovereenkomst krijgt. De vervroegde terugkeer naar werk levert een economisch voordeel op van gemiddeld 2.100 euro per vangnetter.

 

Pagina opgeslagen in Mijn UWV verslag Voeg deze pagina toe Mijn UWV verslag